Over een stadsmeisje in het Friese Kollum

Dochter is een mooi mengelmoesje van twee wereld. Mama is een stadsmeisje en papa een oprjochte Frysk. Hij groeide op in een dorp, terwijl mama haar jeugd in een semi-grote stad doorbracht. Maar Dochter is geboren in Amsterdam. En dat je de stad niet uit het meisje krijgt, blijkt als we een paar nachtjes logeren bij Beppe in Kollum.

Het is 4.45 uur als we voor de eerste voeding van de dag gaan. Genoeglijk leunt Dochter tegen me aan en slurpt haar flesje leeg. Een vreemde wereld, waarin ze deze ochtend wakker werd. Maar mama is er en papa snurkt zacht op de achtergrond: het zal dus wel goed zijn.

Dan kraait er een haan. Dochter trekt haar wenkbrauwen op en kijkt bedenkelijk. De haan is even stil en Dochter drinkt door. Maar even later: opnieuw die haan. Ze trekt een pruillip. Voorzichtig drinkt ze door, maar is op haar hoede.

Voor de derde keer kraait de haan en nu wil ze even lekker uithalen. Mama’s troostende armen zijn gelukkig dichtbij en zo wordt een huilbui van angst in de kiem gesmoord. Ik fluister zacht tegen mijn Amsterdamse stadsmeisje: “Geeft niks hoor. Mama snapt de haan ook niet.”

Dochter drinkt verder, terwijl we samen naar het verwarrende ge-kukeleku luisteren. Het zijn van die nachtelijke avonturen die we in Amsterdam niet beleven.

Share Button

2 comments

  1. Pingback: Een lesje kamperen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *