SAIL 2015: Over koperpoets en lonkende meisjes

Een ochtendje SAIL, hadden we bedacht. Leuk, even de sfeer proeven. Dus zo gezegd, zo gedaan. Om negen uur parkeerden we de auto naast de ingang (hoé ons dat lukte, is me nog steeds een raadsel) en liepen we stralend de SAIL boulevard op.
We keken onze ogen uit, net als Dochter. Maar waar wij naar de schepen keken, keek zij vooral haar ogen uit door al die knappe mannen in uniform. “Haaaai,” kweelde ze, terwijl ze knipperde met haar grote, blauwe kijkers. Ik keek het met gefronste wenkbrauwen aan. Wat dit moet worden als ze later groot is?

Echtgenoot had ondertussen een totaal ander plan. Hij wilde zo snel mogelijk ALLES van SAIL zien. Dus hij zette de pas er in. Met grote snelheid liepen we overal bij langs. Af en toe stonden we even stil, waarna ik – met de tong op mijn tenen – even kon bijkomen. Maar terwijl in mijn hoofd het plan van ‘lekker iets drinken’ rijpte, zei hij maar steeds: “Straks, zometeen, nog heel even dit…”. Uiteindelijk kon ik niet meer nadenken en het enige woord dat in mijn hoofd weerklonk was ‘Dorst, dorst’.

Uiteraard bezochten we ook een schip, een mooie. Uit Columbia. Yf straalde weer naar de mariniers en lonkte met haar ogen en zwaaide met haar handje. Ze had succes. Opeens had iets haar aandacht getrokken. Iets dat NOG leuker was dan een mooie man in uniform.

Want Dochter zou Dochter niet zijn als ze niet iets vond waar de kapitein overheen gekeken had bij de ochtendinspectie. Ze pakte een dopje met een roze goedje en stak – natuurlijk – haar vinger er in. Voor ze haar vinger in haar mond kon steken (ook zo’n favoriete bezigheid), veegde ik haar vingertje af. Je weet het tenslotte maar nooit met de Columbiaanse tandpasta.
Want daar leek het op: tandpasta. Tot ik iets rook. Iets chemisch. Iets giftigs en dus ongezond. Ik bedacht me geen moment en stak haar vinger in m’n mond en begon deze schoon te ‘sabbelen’. Tot grote onvrede van Dochter, overigens. Want als zij haar vinger niet in haar mond mocht stoppen, waarom de mama dan wel? Het onrecht!
‘Wat is het?’ vroeg Echtgenoot, terwijl hij me zag sabbelen. Ik liet hem mijn vingers ruiken en hij zei meteen: ‘Koperpoets.’ Ik kon amper vragen: ‘Daar ga ik toch niet dood aan, he?’ of Echtgenoot had het alweer op een lopen gezet. Want het eind van SAIL was nog lang niet in zicht. En dus liepen we. Tien kilometer in een kleine drie uur. Met de smaak van koperpoets in mijn mond en een stem in mijn hoofd die bulderde dat er DORST was.

SAIL 2015: het was FANTASTISCH!

Yfke

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *