Category Archives: Blunderprinses

San’s nieuwe coupe

12933076_10154208201291042_547226901591238154_nUh, San? Wat doe je?’

We lopen over de grachten, als we een rij met foto’s van haren zien. San staat met haar neus tegen één van die foto’s aangeplakt.

‘Uh, San? Wat doe je?’

San kijkt me verontwaardigd aan: ‘Dat is mijn coupe!’ Ik blijf verbaasd kijken: ‘Uh…’

‘Je moest me op de foto zetten, zodat ik weet of het me staahaaat!’ maakt ze wat ongeduldig duidelijk.

‘Oh. Ja. Die zag ik niet aankomen. Maar het stond bijzonder hoor, jij met je neus tegen de muur aan geplakt. Ik zou het vaker doen, als ik jou was.’

Poepen en Yoga

12986957_10154231094986042_1862949641136870061_nPoepen en plassen is een onderwerp in huis. Yfke wil op de wc om te poepen (als ze al in haar luier gepoept heeft) en te plassen (als ze eigenlijk niet hoeft). Ik loop heen en weer naar de ‘zee!’ als ze erom vraagt: je moet toch ergens beginnen.

Hoezeer het een onderwerp is in huis, bleek afgelopen zaterdag tijdens de yogales. Ik lag in elkaar gevouwen: op mijn knieeen, hoofd ertusssen). Yfke drentelde wat om me heen. Opeens zag ze kansen: ‘Poep! Poep!’ riep ze en ze begon aan mijn broek te sjorren. ‘Mama! Poepen!’ riep ze trots.

Snel trok ik m’n half uitgetrokken broek weer omhoog. ‘Nee, mama hoeft niet te poepen. Maar fijn dat je er zo mee bezig bent.’ ?

Een dagje klootviolen

Het is een onverwacht vrije dag. Een druilerige dinsdag, zonder man en kind. Die zijn uit logeren. Ik heb dus zomaar een dagje niks. Of liever gezegd: NIKS. En da’s spannend, zo’n dagje niks.

‘Wat deed ik vroeger op zo’n dag?’ app ik uit pure wanhoop naar mede-jonge-mama Claudia. Zo’n dag als vroeger, toen Prinses Marlief nog in de grote stad woonde en nog niet van-net-geen-middelbare-leeftijd was.
Ze antwoordt gelukkig meteen: ‘Een beetje rondviolen. Voor je gezondheid. En om je algemene oude wijven-gehalte weer op peil te krijgen door nutteloze roddelblaadjes/programma’s te lezen/kijken.’ Rondviolen dus. Klootviolen noem ik ‘t, minder sjiek als ik ben.

Ik ga zitten op de bank met thee en How I met your mother en besluit er de hele dag niet vanaf te komen. Na veertig minuten ben ik er klaar mee. Dat gehang op de bank kan ik eigenlijk niet eens meer. Ik besluit naar het winkelcentrum te gaan. Shoppen en stappen tellen: goeie combinatie.

Ik klootviool wat rond in het winkelcentrum, tot ik in de Zeeman kom. Nog geen dertig seconden binnen of ik hoor de ene verkoopster tegen de andere zeggen: ‘Ik ben niet zo van de one night stands.’ Ik grijns en wil me er eigenlijk mee bemoeien. Maar de volwassen, van net geen middelbare leeftijd, Prinses Marlief houdt zich in. Braaf.

Van de weeromstuit koop ik dit ‘gluurboekje’ met de veelzeggende titel: ‘Waar is poesje’ (Zoveel antwoorden. Oh, zoveel antwoorden op deze vraag!). Voor Dochter. Want zo gaan die dingen, op zo’n dagje klootviolen.

unnamed

Als ik bij de kassa kom, pak ik m’n pinpas. Ik ben trots op mezelf, omdat ik me keurig heb gedragen in de winkel. Liet Prinses Marlief lekker thuis op de bank en was de keurige, van net geen middelbare leeftijd, moeder die netjes boodschappen aan het doen was. Op het moment dat ik mijn pas door de pin heen wil halen, zie ik dat het mijn rijbewijs is. Ik pakte dus mijn verkeerde pas uit de portemonnee thuis en liet de rest thuis. Ik zucht. Dat wordt een extra wandeling op mijn dagje klootviolen. En Prinses Marlief was stiekem ook in Het Dorp.

Een lesje kamperen

Het is weer tijd voor mijn jaarlijkse bezoek aan neef en vrouw, die in Ommen op de camping staan. Vorig jaar was de eerste keer, maar dat bezoek beviel nogal. En dus sleep ik dit jaar Echtgenoot en Dochter mee. Want die kunnen ook wel een dagje camping gebruiken. Vele wegen leiden naar Rome en, zo blijkt, er zijn ook vele wegen die naar Ommen leiden. En dus zijn we drie kwartier later dan gepland op de camping. Maar dan kan de camping-pret beginnen.

Ze hebben rekening met me gehouden. Als ik roep dat ik nu eerst even naar het toilet moet, krijg ik van Suus een rol toiletpapier in mijn handen gedrukt: “Hup! Dan kan je weer met je rol over de camping lopen.” Ik grijns haar toe en steek trots de rol onder mijn arm: “Zo hoort het toch, op de camping.” Mijn neef bromt op de achtergrond: “Je weet dat er toiletpapier in het toiletgebouw is?” Ik haal mijn schouders op en steek nog net niet mijn tong uit: “Ik vind dit leuk.”

Zo wandel ik heen, met mijn rol toiletpapier. En ik kijk goed om de andere campinggasten me wel zien. Want ik zal ze wel even leren hoe dat moet, kamperen. Als prinses en stadsmeisje.

En terwijl ik trots richting het toiletgebouw loop, bedenk ik me opeens dat ik best wel even slippers had kunnen aantrekken voor deze wandeling. Want zo’n wandeling naar een toilet(!)gebouw doe je niet blootvoets. En ik schaam me. Want ik weet: ik moet ook nog veel leren over kamperen.

camping