Category Archives: In en om het huis

Sokje hier, sokje daar

Toen Echtgenoot en ik gingen samenwonen, moest hij erg wennen aan het ‘verschillende-sokken-beleid’ dat ik hanteer. Inmiddels is hij eraan gewend dat hij 9 van de 10 keer geen passend setje kan vinden. Hij vloekt nog maar de helft van de tijd. De andere keren is het een stil zuchten, terwijl hij zijn hoofd schudt.

De eerste afspraak met de kinderarts van het consultatiebureau. Volgens de meer ervaren moeders altijd spannend. Ook ik vond het spannend. Ik wilde wel graag een goeie indruk maken. Misschien zou zij ook wel vinden dat ik als kersverse moeder jammerlijk faal. Ik wilde graag laten zien dat ik een leuke, vlotte maar bovenal goede mama ben, die alles onder controle heeft. Dus alles voor een goede indruk: nette kleren, keurig in de make-up en Dochter schoon en fris.

Om alle gegevens goed in te voeren, moeten we onze lengte laten meten. En daarvoor moeten we onze schoenen uittrekken. Ik baal: ik had een roze en een grijze sok aan. Dat geeft vast geen goed beeld aan de kinderarts. En dat terwijl ik wilde overkomen als een leuke, vlotte maar bovenal goede mama die alles onder controle heeft. Tijd voor wat ‘damage control’.

Ik grijnsde de arts vrolijk toe: “Dit heeft niets met het moederschap te maken hoor. Ik ben niet een chaotische, jonge moeder die het allemaal niet aan kan. Ik was daarvoor ook al een chaoot met sokken!” Toen ik het zei, vond ik mezelf ontzettend overtuigend overkomen. Ja, nu zou ze me inderdaad beschouwen als die leuke, vlotte maar bovenal goede mama die alles onder controle heeft. Echtgenoot zei niets. Hij is het gewend. Bij ons leiden sokken nu eenmaal hun eigen leven. De kinderarts knikte en humde wat.

Nu ben ik bang voor een aantekening in ons dossier: ‘Houd moeder in de gaten. Is twijfelgeval.’

Ook in Dochter’s sokkenla kun je inmiddels single sokken vinden. Vind dat ik ’t nog best lang heb volgehouden om er setjes van te houden…
IMG_0109

Borstvoedingsperikelen

Voor de bevalling hadden Echtgenoot en ik het over borstvoeding. Ik voelde er eigenlijk niets bij. Het was me om het even: “Lukt het, dan lukt het. Lukt het niet: óók prima. Op kunstvoeding worden kindjes ook groot en sterk. Echtgenoot sloot zich hierbij aan: wat jij wil. Het is jouw lichaam.

Na de bevalling bleek dat de borstvoeding maar matig op gang kwam. Ik had te weinig, door allerlei omstandigheden. Ik moest gaan kolven, vanaf dag 2. Voeden, kolven, even rust, voeden, kolven. Zo zag mijn kraamtijd er uit. Een waar trainingskamp, want borstvoeding geven is niet eenvoudig. Ik werd – en word – er hongerig, moe en duizelig van.

Maar ik kluste dapper door. En hard ook. Voeden, kolven. Voeden, kolven. De eerste kolfsessies brachten amper 10cc op. Wat was ik trots toen ik eindelijk 10cc had. Ik belde Echtgenoot op z’n werk en maakte foto’s van het kolfresultaat. Een resultaat bereikt na intensief trainen.

Inmiddels gaat het best goed met de borstvoeding. En ben ik hard bezig met m’n voorraad voor op het kinderdagverblijf. En het meest wonderlijke blijkt: ik voél iets bij de borstvoeding. Want ook al wordt Dochter ook heus groot en sterk van de kunstvoeding: ik word als een leeuwin als het gaat om moedermelk. Toen ik het laatst even niet meer zag zitten, wilde Echtgenoot helpen: “Dan doen we toch een beetje kunstvoeding en laat je die borstvoeding even zitten? Dan kun je even bijkomen.”

Ik keek hem aan met vuurspuwende ogen. “Ben je gek? Dat kàn dus niet,” siste ik hem toe. Echtgenoot keek me grijnzend aan. Ik viel stil. Haalde even diep adem en zei stomverbaasd: “Hoorde je dat? Blijkbaar is het geven van borstvoeding opeens heel belangrijk voor me. Ik word er echt extreem hormonaal van…”. Echtgenoot grinnikte: “En dat voor iemand die het niet eens zo graag wilde…”.

Rare jongens, die hormonen.

Handig, zo’n agenda

Zo’n agenda op je telefoon, dat is handig. Zegt men. Zo’n agenda op je telefoon, die raak je niet kwijt. Zegt men. Eigenlijk is dat écht iets voor jou, zo’n agenda op je telefoon. Zegt men. En aangezien ik altijd braaf luister naar ‘men’ én om de haverklap mijn agenda kwijt ben, besloot ik over te stappen naar de telefonische agenda.

Dinsdagochtend, 9 uur. Ik zit na een redelijk doorwaakte nacht halfdronken Dochter te voeden. Mijn telefoonscherm licht op: een afspraak. VVE-vergadering om 9 uur, aldus mijn agenda.

FUUUUUUCK!!!!!! Vergeten!!!

Ik haal Dochter van m’n tiet, die natuurlijk gelijk begint te gillen (geef haar eens ongelijk) en spurt naar de woonkamer. Die moet nog worden opgeruimd! Ik heb geen koekjes in huis! Ik moet me nog aankleden! Dochter is nog niet klaar met eten! Ik moet dus voor haar wat opwarmen, want ga geen borstvoeding geven waar alle buren bij zitten!

Zo ren ik als een kip zonder kop door het huis en probeer ik al die taakjes nog te doen voor de wijzer naar 1 minuut over 9 springt. Ondertussen gilt Dochter moord en brand om eten. Of om mij te vertellen dat ik een stomme mama ben omdat ik stopte met eten geven. Dat kan ook.

Opeens valt me in: het is dinsdag. De vergadering is op woensdag. Morgen pas. De agenda van mijn telefoon gaf me een melding, 24 uur van tevoren. ‘Want dat is zo lekker handig.’

Ik stop meteen met rondrennen. Morgen. Ik heb nog 24 uur om al taakjes te doen. Het is morgen pas. Ik heradem en loop terug naar m’n krijsende dochter: “Hier is jouw stomme mama al.” Ik troost haar en bedenk bij mezelf: ‘Ik wil een papieren agenda. Dat nieuwerwetse gedoe met die telefoon… Daar krijg ik alleen maar paniek van.’

De Bijbelcursus

De deurbel gaat. Ik word er wakker van. Het is geen onchristelijke tijd, ik ben gewoon een luiaard vandaag. Het is een hele respectabele tijd: half elf. Op zondag zou de kerk nu uitgaan.

Ik buzz de deur open en probeer te vragen wie er is. Ik hoor al iemand naar boven lopen. “Dag mevrouw, u kent me niet. Ik ben Peter Bladiebla en ik wil u graag een Bijbelcursus aanbieden.”

Mijn oren zijn ook nog ni et wakker. “Sorry, wat zegt u?”

Hij blijft vriendelijk: “Ik wil u graag een Bijbelcursus aanbieden.” Ik kijk naar mezelf in de spiegel, nog geen broek aan, haar in standje vogelnest en al christelijk genoeg, vind ik zelf.

“Sorry, ik ben hoogzwanger. Ik ben aan het slapen, ik ben niet echt in de stemming,” brom ik de man toe voor hij onze trap kan opklimmen. “Oké, sterkte mevrouw,” hoor ik hem nog zeggen voordat ik de deur dicht doe en gauw op slot draai.

Dat smoesje van hoogzwanger is geweldig. En ik lieg niet eens. Ik ga het vaker gebruiken. Al vraag ik me af hoe vaak er nog iemand aanbelt met een Bijbelcursus in Amsterdam-West…