Category Archives: Klein prinsesje

Poes!

Dochter is een slim grietje. Niet zo slim dat ik kan roepen dat ze nu al een huis tekent, het ABC opzegt of weet hoeveel 2 x 2 is. Maar ze weet dondersgoed hoe ze papa en mama moet bespelen. Niet om gedaan te krijgen wat ze dolgraag wil, maar ze weet wel hoe ze ons gek maakt.

Ze zegt nog steeds geen Poes. Bij ons. En dat terwijl ze bij haar Gastouder het regelmatig roept. Een hele dag lang.

Ze deed dit eerder. Toen ze voor het eerst hardop lachte, bijvoorbeeld. ‘Schaterlachen vandaag‘, vertelde de leidster van de Kinderopvang me. Ik moest er toen nog twee weken op wachten. En ik ben best grappig, al zeg ik het zelf.

Lopen, hetzelfde verhaal. We oefenden ons gek, maar lopen? Ho maar. Toen Echtgenoot haar ophaalde bij haar Gastouder, zei hij gekscherend: “Misschien loopt ze volgende week ein-de-lijk.” Stomverbaasd was hij – en ik – dat ze al liep. Al minstens een week. Wij moesten opnieuw twee weken wachten.

Een slim grietje dus. Op 2×2 moeten we nog even wachten, vermoed ik. Op Poes ook. Ik heb geduld.

Een moeder is gauw tevreden

Toen ik Dochter gister ophaalde, vertelde haar Gastouder dat ze poes zei. Niet zo gek op zich: Gastouder’s dochter droeg een trui met een poes. Wat wél gek is: wij hebben vier poezen en al wat ze daar tegen zegt, is: ‘mauw’, ‘beer’ en ‘baby’. Hoe hard wij ook proberen haar poes te laten zeggen: ze zegt het niet.

Ze doet net alsof dus, want bij haar Gastouder roept ze het blijkbaar zo. ‘Poes’ zeiden we tegen haar, ‘mauw’ gaf ze als antwoord. Ik haalde berustend mijn schouders op: hardop lachen, lopen, alles doet ze het eerst bij de opvang.

Thuis probeerde ik haar nog eens poes te laten zeggen: helaas, no deal. Maar ik denk dat ze me toch wat zielig vond, want ze gunde mij ook iets: bij het boekje lezen, riep ze opeens ‘toettoet’ toen ze een vrachtauto zag. Toen het boekje uit was, zei ze: ‘doei doei’. En toen ze vanmorgen haar ontbijt op had, zei ik ‘opperdepop’. Ze herhaalde me vrolijk: ‘oppop’.

Een moeder is al blij met kleine dingen. ‘Poes’ hoor ik nog wel een keer. Als ze twintig is.

SAIL 2015: Over koperpoets en lonkende meisjes

Een ochtendje SAIL, hadden we bedacht. Leuk, even de sfeer proeven. Dus zo gezegd, zo gedaan. Om negen uur parkeerden we de auto naast de ingang (hoé ons dat lukte, is me nog steeds een raadsel) en liepen we stralend de SAIL boulevard op.
We keken onze ogen uit, net als Dochter. Maar waar wij naar de schepen keken, keek zij vooral haar ogen uit door al die knappe mannen in uniform. “Haaaai,” kweelde ze, terwijl ze knipperde met haar grote, blauwe kijkers. Ik keek het met gefronste wenkbrauwen aan. Wat dit moet worden als ze later groot is?

Echtgenoot had ondertussen een totaal ander plan. Hij wilde zo snel mogelijk ALLES van SAIL zien. Dus hij zette de pas er in. Met grote snelheid liepen we overal bij langs. Af en toe stonden we even stil, waarna ik – met de tong op mijn tenen – even kon bijkomen. Maar terwijl in mijn hoofd het plan van ‘lekker iets drinken’ rijpte, zei hij maar steeds: “Straks, zometeen, nog heel even dit…”. Uiteindelijk kon ik niet meer nadenken en het enige woord dat in mijn hoofd weerklonk was ‘Dorst, dorst’.

Uiteraard bezochten we ook een schip, een mooie. Uit Columbia. Yf straalde weer naar de mariniers en lonkte met haar ogen en zwaaide met haar handje. Ze had succes. Opeens had iets haar aandacht getrokken. Iets dat NOG leuker was dan een mooie man in uniform.

Want Dochter zou Dochter niet zijn als ze niet iets vond waar de kapitein overheen gekeken had bij de ochtendinspectie. Ze pakte een dopje met een roze goedje en stak – natuurlijk – haar vinger er in. Voor ze haar vinger in haar mond kon steken (ook zo’n favoriete bezigheid), veegde ik haar vingertje af. Je weet het tenslotte maar nooit met de Columbiaanse tandpasta.
Want daar leek het op: tandpasta. Tot ik iets rook. Iets chemisch. Iets giftigs en dus ongezond. Ik bedacht me geen moment en stak haar vinger in m’n mond en begon deze schoon te ‘sabbelen’. Tot grote onvrede van Dochter, overigens. Want als zij haar vinger niet in haar mond mocht stoppen, waarom de mama dan wel? Het onrecht!
‘Wat is het?’ vroeg Echtgenoot, terwijl hij me zag sabbelen. Ik liet hem mijn vingers ruiken en hij zei meteen: ‘Koperpoets.’ Ik kon amper vragen: ‘Daar ga ik toch niet dood aan, he?’ of Echtgenoot had het alweer op een lopen gezet. Want het eind van SAIL was nog lang niet in zicht. En dus liepen we. Tien kilometer in een kleine drie uur. Met de smaak van koperpoets in mijn mond en een stem in mijn hoofd die bulderde dat er DORST was.

SAIL 2015: het was FANTASTISCH!

Yfke

Stoere chick in het ziekenhuis

In het ziekenhuis was het vooral erg stom voor Dochter. Niet alleen lag ze in het ziekenhuis, ze lag ook nog eens ‘in isolatie’. Zij mocht dus niet van de kamer af en als er iemand binnenkwam, moesten ze een kapje op en meestal een gele jas aan. En er kwamen nogal wat mensen binnen. Om de haverklap kwam er iemand die iets van haar moest en meestal ook nog haar zeer ging doen. Ze was het er niet mee eens.

Maar Dochter is ook een stoere chick: ze maakte er ook maar weer het beste van. Dansen op Nijntje, rammen met de Duplo-blokken: ze leefde zich helemaal uit als ze een opleving had. En er niemand vreemd gekapt in de buurt was. Want Dochter is niet gek. Na een paar dagen heeft ze een schifting tussen al die vreemde mensen gemaakt: en wie ook maar haar kamertje binnenstapte, ze hield ze allemaal argwanend in de gaten. En ze wist: ze hebben allemaal witte kapjes op, maar je moet oppassen voor die met een gele jas aan. Die doén dingen. Gemene dingen.

Regelmatig zond ze een boze blik naar een verpleegkundige of kinderarts: grrr! Maar sommige verpleegsters waren lang niet zo erg. Want waar wij al sinds september bezig waren om haar te leren zwaaien, lukte na drie dagen ziekenhuis. Ze kreeg dan ook nogal wat oefening op zo’n dag, terwijl er minstens 10 verschillende mensen in en uit liepen.

“Dag Dag,” zwaaide de verpleegkundige, kinderarts, voedingsassistent of schoonmaker. Dochter keek, keurde en gooide haar armpje in de lucht. Tenminste: als ze je goedgekeurd had. Anders kon je het wel vergeten.

sonde