Category Archives: Zwanger

Een satanisch sms-bericht

Toen vriendinnetje Sandra zwanger was van haar derde, belde ze me een week of twee voor haar uitgerekende datum. “Lies, ik denk dat het is begonnen. Wil je even met mij naar het ziekenhuis?”

Op slag was ik in de stress. Want natuurlijk wil ik met haar mee, maar man! Spannend! Ik roep tegen haar: “Ja. Ik kom eraan. Ik moet nog even me aankleden, dus duurt een minuutje langer!” San lacht en zegt kalm: “Doe maar rustig aan. Ik moet ook nog even douchen.”

Stomverbaasd hoor ik haar kalmte aan. Eerst even douchen? Je gaat bevallen, mens! Maar het is San’s derde keer. Zij weet al hoe het werkt. En zij had echt nog wel even tijd voor een verfrissende douche.

Ik trek me niets aan van haar kalmte en spring in mijn kleding. Ik sprint naar beneden en scheur weg met mijn autootje. San woont dichtbij, dus 3 minuten later zie ik haar huis voorbij komen. Juist, voorbij komen. Ik rijd er namelijk in al mijn agitatie langs in plaats van dat ik stop.

Ik bedenk me niet en gooi mijn stuur om. Tijd voor een U-turn. Uiteraard wel even gecheckt of het kon. Het kon. Ik had alleen de politie niet gezien. En natuurlijk houdt die me aan. Bibberend, bevalbibbers én poltiebibbers, open ik mijn raampje: “Zo mevrouwtje, wat dachten wij te gaan doen?”

“Nou, mijn beste vriendin gaat BEVALLEN! WE HEBBEN HAAST!” roep ik hem toe, “Dat snapt u toch wel!” Nog voor Meneer Agent kan uitleggen dat mijn verkeersgedrag wat te wensen overlaat, bevalling of niet, komt Sandra aanwaggelen (dat mag. De bevalling was begonnen. Dan waggel je.). Ze steekt haar hand omhoog en knikt goedig glimlachend naar de agent: “Mijn schuld! Ze is hier voor mij!”

Tegen zoveel vrouwelijk (beval)geweld kan de agent niet op. Hij knikt even en stuurt ons door: “Maar wel oppassen, dames.” Wij knikken braaf en zodra San de auto ingeklommen is, belanden we in een lachstuip. Die heb ik blijkbaar even nodig, want mijn stresslevel daalde toen een stuk. De rit naar het ziekenhuis verloopt verder zonder enige problemen.

San giechelt nog vaak om mijn stressniveau van dat moment. Maar nu kon ik haar terugpakken. Pay back time. Ze smst me. Dagelijks, om even te checken hoe het is. En zonder voorbedachte rade maak ik er opeens een héél geestig sms-gesprek van. Vind ik, tenminste. San iets minder: “Je bent lief-vriendinnetje-af,” vertelt ze me de volgende dag. Gelukkig weet ik dat ze dat toch lekker niet meent.

satanisch smsbericht

Babyshower: tranen, maar vooral veel lachen

Elk jaar vieren San, Danits en ik Sinterkerst. Altijd eind januari. We zijn namelijk dol op doe-dingen en cadeautjes. Afgelopen jaar viel Sinterkerst in duigen door een operatie en mijn bruiloft, dus wilden we het dit jaar extra goed doen. Zondag 26 januari was dé dag voor Sinterkerst. “Ja, ook dit jaar met surprises en gedichten,” stelde Sandra, normaal niet één van de meest enthousiaste knutselaars. Maar nu wel. Ze had er zin in en riep al weken van tevoren: “Ik weet jouw surprise al.” Ik was onder de indruk van haar enthousiasme. Ze was echt al tijden bezig met Sinterkerst. Dacht ik.

Elk jaar is het mopperen op de surprises en gedichten. Maar elk jaar houden we ons er keurig aan. Ik sprak Danits op de woensdag ervoor. “Ik weet niets!” riep ze. Toevallig had ik nét een goed idee bedacht voor een surprise voor San. En, toch best lieflijk van me: ik gaf haar mijn idee. “Dat ga ik doen! Wat goed!” riep ze enthousiast. En dapper ging ze aan de knutsel. Dacht ik.

Alleen: nu moest ik zelf weer iets anders bedenken. En dat was nog niet eenvoudig. Gelukkig hielp Echtgenoot me en bedachten we samen iets anders. Maar een dicht en surprise is nog niet genoeg: “Je moet je rode jurkje aantrekken,” mailt San me. “Nee joh! Ik kom in trainingsbroek,” stuur ik terug. “Nee, dat mag niet!” wordt ik streng toegesproken in de mail. Ook Danits wil me graag als tomaat met Sinterkerst. “Jaaa, die is leuk! Die moet je aandoen.” Na ons gesprek stuurt Danits me een foto van haar surprise. Een enorm ingepakt gevaarte. “Ik ben al klaar voor San, dankzij jou!”

Dan komen de zwangerschapskwalen om de hoek. Een spoedbezoekje aan het ziekenhuis (die goed afliep) en héél véél verplichte rust geven me wat extra stress voor dicht en surprises. Want inmiddels is het zaterdag en heb ik nog helemaal NIETS voorbereid. Echtgenoot is de beroerdste niet en helpt me weer. Ik knip, plak, slaap, knip, plak en slaap. Het lukt. De surprises zijn klaar en de cadeautjes zijn ingepakt. Het is zondagochtend en het enige dat ik nog moet maken, zijn de gedichten. Ook die krijg ik op tijd af. Trots ben ik en zet alles klaar. Ik doe nog even de pepernoten en de candy canes in mijn tas: keurig bewaard voor een écht Sinterkerstgevoel.

babyshower 1

Als tegenprestatie voor het surprise-idee, komt Danits me ophalen (en omdat ze gewoon heel lief is en me helpt sjouwen!). Zij staat in spijkerbroek voor me en ik zeg: “Ik in prachtig rood jurkje en jij hebt dit aan. Als San in een huispak op de bank zit, ga ik subiet weer naar huis.” Danits glundert me toe en begint met surprises te sjouwen. Het is de hoogste tijd voor Sinterkerst.

San komt naar beneden om te helpen sjouwen. Het kost ook nogal wat moeite om alles mee naar boven te krijgen. Mijn surprise voor haar is best groot uitgevallen. Dat die van Danits minder groot is dan op de foto, valt me op dat moment niet op. Ik ben afgeleid door het prachtige jurkje dat San aanheeft. Ik grap: “Ik was naar huis gegaan als je iets anders aangehad had!” Ze grinnikt: “Tuurlijk niet. Het is feest vandaag!”

Druk kwebbelend klimmen we de drie trappen omhoog. Danits roept: “Ik zie jou en je dikke buik over een kwartier wel!” Ik brom: “Ik zit vlak achter je hoor!” Als ik, toch als laatste, binnenkom, staan Danits en San me verwachtingsvol aan te kijken. Het duurt een paar seconden, maar dan merk ik dat er iets niet helemaal klopt. Het is té stil. Er hangt téveel verwachting in de lucht.

Langzaam draait mijn hoofd naar links en ik zie mijn collega’s. En mijn schoonmoeder. En mijn moeder. Ik realiseer me dat dat niet klopt, in de woonkamer van San. Ik zeg: “Holy fuck!” en wil naar buiten sprinten, maar San houdt me tegen. Terwijl bij mij de tranen over mijn wangen lopen, lacht zij me lief toe: “Ik zei toch dat het feest was!”

Een babyshower. Voor mij. Totaal onverwacht. M’n moeder rent op me af en geeft me een enorme knuffel: “Vind je dit nou niet leuk!?!” Ze straalt helemaal. En terwijl bij mij de bibbers nog in mijn benen zitten, word ik naar binnengetrokken.

Een zee van slingers, ballonnen, taart, cadeaus en heel veel lieve vriendinnen en familie. Snikkend knuffel ik iedereen. Iedereen is er: van Maastricht via Utrecht naar Kollum. Totaal onverwacht, totaal geweldig. Wat een verwennerij. Wat een liefde.

Als ik eenmaal geland ben, gaat de deurbel. Nog een surprise: Echtgenoot komt binnen, met lekkere hapjes. “Ja,” fluistert San me in mijn oren, “ik dacht: jouw man kan lekkere dingen maken. Daar moet ik gebruik van maken!” Snel geeft hij me een kus en knuffelt me: “Vind je het leuk?” Ik knik stralend. JA NATUURLIJK! Dan verdwijnt hij weer, want zoveel roze hysterie: dat is zelfs voor hem wat veel.

“Maar dit soort dingen hebben we nog nooit voor elkaar gedaan! Ik heb dit ook niet voor jullie gedaan!” mail ik, nog onder de indruk, naar San, de dag erna. San’s antwoord brengt opnieuw tranen in mijn ogen: “Ik vond het echt iets voor jou. En omdat jij extra hard je best heb moeten doen voor deze baby in je buik, vond ik dat je het verdiende om verwend te worden en ff in het middelpunt te staan.”

*slik*

shower 2

Zzzuurkool!

De eerste maanden van mijn zwangerschap bracht ik vooral kokhalzend door. Ik vond alles vies ruiken en smaken. Saté? NEE! Knoflook? Weg ermee! En zo was er eigenlijk weinig wat ik nog lekker vond.

Ik zeg weinig, maar eigenlijk was er maar één ding dat ik nog wilde hebben. Zuurkool. Hoogzomer, 30 graden, maar ik wilde zuurkool. Echtgenoot schudde stomverbaasd zijn hoofd: “NEE! Dat is toch helemaal niet lekker nu?” Ik kon er niets aan doen. Het énige waar ik nog zin in had, was zuurkool. Hij probeerde het nog eens: “Ik heb gekeken in de winkel, maar het was er niet.”

Dat was een grapje, want het was er wél. Dat bewees lief collegaatje R. “Ik was in de Albert Heijn en zag zuurkool. Ik heb dus een pakje meegenomen voor je. Dan kun je lekker zuurkool eten.”

Ik genoot. Zuurkool was het enige dat op het menu stond zonder dat ik een bezoek aan het toilet hoefde te brengen. Wekenlang stond er zeker drie keer per week zuurkool op het menu. Na enkele maanden werd dit menu uitgebreid met andere stamppotten. Als het maar stamppot was, dan werd ik gelukkig.

En toen werd het Kerst. Mijn moeder stelde voor om uit eten te gaan. Ik, inmiddels 31 weken zwanger, zag dat niet zo zitten. “We kunnen ook thuisblijven,” opperde ik. Mijn moeder dacht hier over na. “Oh, dan maak ik een stamppottenbuffet!” riep ze enthousiast uit. Ik gilde van puur piezelier met haar mee. “Jaaaa, wat een goed idee! MET ZUURKOOL!”

Kerst brak aan en ik moest overdag eerst nog werken in Amsterdam. Een kerstbrunch voor de gasten van Ronald McDonald Huis VUmc. En wat stond er op het menu? Juist. Zuurkool. ZUURKOOL! Dolgelukkig laadde ik mijn bordje vol. Alsof de koks van het restaurant wisten dat ik alleen maar zuurkool wilde!
Ik was blij met mijn zichtbaar zwangere buik, want gasten en vrijwilligers knikten genoeglijk glimlachend naar me: “Lekker voor de baby.” Met mijn mond vol, knikte ik, terwijl ik stiekem dacht: “Lekker voor mij!”Tweede kerstdag aten we bij mijn moeder. En ze had, speciaal voor mij, zuurkool gemaakt. Mijn familie smulde van de andere twee stamppotten, terwijl ze goedig de zuurkool voor mij overlieten. En ik genoot. Van de zuurkool. Met Kerst. En ik sprak de magische woorden: “Dat mag. Want ik ben zwanger.” En ik propte vervolgens nog snel een hap zuurkool in mijn mond. Mmm!!
Zuurkool1zuurkool

Dat OV-ding? Dat doe ik dus niet meer!

Lag vannacht weer drie uur wakker. Als ik eindelijk weer in slaap gevallen ben, gaat wekker van mijn Echtgenoot. Om 5 uur. `Liefje, blijf lekker liggen. Ga straks met OV en dan breng ik de auto naar je toe straks,´ fluistert hij me toe, terwijl hij me een kus op m’n hoofd geeft. Ik knik en draai me om. Nog even slapen is helemaal geen gek idee.

De wekker gaat en ik klim uit bed. Nogal een opgaaf tegenwoordig, maar het lukt. Ik loop naar de tram en voel al: dit is een uitdaging. Als ik de tram en de metro heb gehad, wacht de grootste uitdaging: het stuk vanaf het metrostation naar het Ronald McDonald Huis. Normaal maximaal 10 verfrissende minuten wandelen: nu een Himalaya-gebergte. Met elke stap voel ik mijn buik, mijn blaas en hijg ik een beetje meer. Ik weet: bewegen is goed, maar met OV was gewoon geen goed idee.

Ik bel mijn Echtgenoot. Wil even stampvoetend mijn verhaal doen: “Keuken, goedemorgen!” klinkt de enthousiaste stem van mijn lief. “Hijgend hert, goedemorgen met Marlies…” hijg ik terug. Hij lacht. Ik haal diep adem, voor zover mijn gehijg dat toelaat en zeg gedecideerd: “Dat OV-ding he? Dat doen we dus niet meer.” Hij vraagt me waarom niet. “Omdat ik gewoon er al 20 minuten over doe en elke stap voel ik! Ik ben stuk als ik op m’n werk aankom…” begin ik met verontwaardiging. Dan zegt hij: “Je bent ook gek ook, he?”

… Stilte. De wind wordt me dankzij deze opmerking compleet uit de zeilen genomen.

Ik schiet in de verdediging: “HOEZO?” Hij grinnikt: “Er stopt een bus voor het metrostation die vervolgens voor het Ronald McDonald Huis stopt.” “DAT IS TOTAAL NIEUWE INFORMATIE VOOR MIJ!! DAT HEB JE ME NOOIT EERDER GEZEGD!” Echtgenoot is verbouwereerd : “Ik dacht dat je dat wel wist!”

Ik grijns als een boer met kiespijn, hijg nog een beetje harder en schud mijn hoofd: “Nee dus! En ik maar sjouwen steeds! Ik begreep al niet waarom je steeds zo laconiek deed als ik zei dat met OV gaan voor mij zo’n uitdaging is nu. Omdat het zo’n eind wandelen is!” Mijn lieve Echtgenoot begrijpt wat ik bedoel: “ Ja, ik dacht al: zover is die bushalte niet lopen. Waar heeft ze het nou over. Maar nu begrijp ik het.  En normaal is dat stuk lopen ook niet zo ver. Maar ik snap dat jij daar nu moeite mee hebt.”

Ik heb mijn gelijk behaald. Ik krijg meelij en liefde. Dat is wat ik wilde. Maar dan nog. Dat OV-ding? Dat doe ik niet meer nu. Dit was de laatste keer. Bushalte of geen bushalte.