Dat mei net!

13177866_10154282796356042_1183810014755324859_nYfke is een geboren Amsterdamse, maar ze heeft duidelijk Friese roots. Dat kan ook niet anders als je Yfke Stientje Gaeline Postma heet. Het lijkt mij dan ook leuk als ze wat Fries spreekt. Of op z’n minst verstaat. En dus gooi ik dagelijks mijn Friese woordenschat in de strijd. Dat zijn welgeteld 20 Friese woorden.

‘Net dwaan!’, ‘Hân’ of ‘dat mei net’ roep ik met enige regelmaat. Om de één of andere reden ken ik voornamelijk ‘bestraffend Fries’, dus om haar ook iets anders te leren, tel ik soms tot tien met haar. Ik sta voor schut, maar zij heeft toch niet door dat ik de Friese taal niet goed uitspreek.

Vanmiddag bleken mijn inspanningen niet voor niks. We speelden samen in de ‘hang gank’ (Zandbak op z’n Yf’s): we bakten taartjes om ze vervolgens op gruwelijke wijze te slopen. En na elk taartje zei ze: ‘klaar-klear.’ Nederlands en Fries door elkaar. Mem is sa grutsk.

Share Button

Poes!

Dochter is een slim grietje. Niet zo slim dat ik kan roepen dat ze nu al een huis tekent, het ABC opzegt of weet hoeveel 2 x 2 is. Maar ze weet dondersgoed hoe ze papa en mama moet bespelen. Niet om gedaan te krijgen wat ze dolgraag wil, maar ze weet wel hoe ze ons gek maakt.

Ze zegt nog steeds geen Poes. Bij ons. En dat terwijl ze bij haar Gastouder het regelmatig roept. Een hele dag lang.

Ze deed dit eerder. Toen ze voor het eerst hardop lachte, bijvoorbeeld. ‘Schaterlachen vandaag‘, vertelde de leidster van de Kinderopvang me. Ik moest er toen nog twee weken op wachten. En ik ben best grappig, al zeg ik het zelf.

Lopen, hetzelfde verhaal. We oefenden ons gek, maar lopen? Ho maar. Toen Echtgenoot haar ophaalde bij haar Gastouder, zei hij gekscherend: “Misschien loopt ze volgende week ein-de-lijk.” Stomverbaasd was hij – en ik – dat ze al liep. Al minstens een week. Wij moesten opnieuw twee weken wachten.

Een slim grietje dus. Op 2×2 moeten we nog even wachten, vermoed ik. Op Poes ook. Ik heb geduld.

Share Button

Nijntje!

Op 15 oktober werd Echtgenoot geopereerd. Hij mocht aan het eind van de middag weer mee naar huis.

Zoals dat hoort bij iemand die in het ziekenhuis gelegen heeft, verraste ik Echtgenoot met een grote ballon.

Eenmaal thuis vloog Dochter naar de voordeur. Niet om haar papa te begroeten, maar om Nijn te verwelkomen. Ze bleef er bijna in, haar mond viel open (het is dan ook een grote, vliegende Nijn – groter dan zijzelf) en riep: ‘Aaaaaaaah! NIJNEEEEEE!!!’

Zo’n gelukkig klein meisje, zo’n grote Nijn.

(En met papa gaat het ook goed ?)

Share Button

Een moeder is gauw tevreden

Toen ik Dochter gister ophaalde, vertelde haar Gastouder dat ze poes zei. Niet zo gek op zich: Gastouder’s dochter droeg een trui met een poes. Wat wél gek is: wij hebben vier poezen en al wat ze daar tegen zegt, is: ‘mauw’, ‘beer’ en ‘baby’. Hoe hard wij ook proberen haar poes te laten zeggen: ze zegt het niet.

Ze doet net alsof dus, want bij haar Gastouder roept ze het blijkbaar zo. ‘Poes’ zeiden we tegen haar, ‘mauw’ gaf ze als antwoord. Ik haalde berustend mijn schouders op: hardop lachen, lopen, alles doet ze het eerst bij de opvang.

Thuis probeerde ik haar nog eens poes te laten zeggen: helaas, no deal. Maar ik denk dat ze me toch wat zielig vond, want ze gunde mij ook iets: bij het boekje lezen, riep ze opeens ‘toettoet’ toen ze een vrachtauto zag. Toen het boekje uit was, zei ze: ‘doei doei’. En toen ze vanmorgen haar ontbijt op had, zei ik ‘opperdepop’. Ze herhaalde me vrolijk: ‘oppop’.

Een moeder is al blij met kleine dingen. ‘Poes’ hoor ik nog wel een keer. Als ze twintig is.

Share Button