Tag Archives: amsterdam

SAIL 2015: Over koperpoets en lonkende meisjes

Een ochtendje SAIL, hadden we bedacht. Leuk, even de sfeer proeven. Dus zo gezegd, zo gedaan. Om negen uur parkeerden we de auto naast de ingang (hoé ons dat lukte, is me nog steeds een raadsel) en liepen we stralend de SAIL boulevard op.
We keken onze ogen uit, net als Dochter. Maar waar wij naar de schepen keken, keek zij vooral haar ogen uit door al die knappe mannen in uniform. “Haaaai,” kweelde ze, terwijl ze knipperde met haar grote, blauwe kijkers. Ik keek het met gefronste wenkbrauwen aan. Wat dit moet worden als ze later groot is?

Echtgenoot had ondertussen een totaal ander plan. Hij wilde zo snel mogelijk ALLES van SAIL zien. Dus hij zette de pas er in. Met grote snelheid liepen we overal bij langs. Af en toe stonden we even stil, waarna ik – met de tong op mijn tenen – even kon bijkomen. Maar terwijl in mijn hoofd het plan van ‘lekker iets drinken’ rijpte, zei hij maar steeds: “Straks, zometeen, nog heel even dit…”. Uiteindelijk kon ik niet meer nadenken en het enige woord dat in mijn hoofd weerklonk was ‘Dorst, dorst’.

Uiteraard bezochten we ook een schip, een mooie. Uit Columbia. Yf straalde weer naar de mariniers en lonkte met haar ogen en zwaaide met haar handje. Ze had succes. Opeens had iets haar aandacht getrokken. Iets dat NOG leuker was dan een mooie man in uniform.

Want Dochter zou Dochter niet zijn als ze niet iets vond waar de kapitein overheen gekeken had bij de ochtendinspectie. Ze pakte een dopje met een roze goedje en stak – natuurlijk – haar vinger er in. Voor ze haar vinger in haar mond kon steken (ook zo’n favoriete bezigheid), veegde ik haar vingertje af. Je weet het tenslotte maar nooit met de Columbiaanse tandpasta.
Want daar leek het op: tandpasta. Tot ik iets rook. Iets chemisch. Iets giftigs en dus ongezond. Ik bedacht me geen moment en stak haar vinger in m’n mond en begon deze schoon te ‘sabbelen’. Tot grote onvrede van Dochter, overigens. Want als zij haar vinger niet in haar mond mocht stoppen, waarom de mama dan wel? Het onrecht!
‘Wat is het?’ vroeg Echtgenoot, terwijl hij me zag sabbelen. Ik liet hem mijn vingers ruiken en hij zei meteen: ‘Koperpoets.’ Ik kon amper vragen: ‘Daar ga ik toch niet dood aan, he?’ of Echtgenoot had het alweer op een lopen gezet. Want het eind van SAIL was nog lang niet in zicht. En dus liepen we. Tien kilometer in een kleine drie uur. Met de smaak van koperpoets in mijn mond en een stem in mijn hoofd die bulderde dat er DORST was.

SAIL 2015: het was FANTASTISCH!

Yfke

Over een stadsmeisje in het Friese Kollum

Dochter is een mooi mengelmoesje van twee wereld. Mama is een stadsmeisje en papa een oprjochte Frysk. Hij groeide op in een dorp, terwijl mama haar jeugd in een semi-grote stad doorbracht. Maar Dochter is geboren in Amsterdam. En dat je de stad niet uit het meisje krijgt, blijkt als we een paar nachtjes logeren bij Beppe in Kollum.

Het is 4.45 uur als we voor de eerste voeding van de dag gaan. Genoeglijk leunt Dochter tegen me aan en slurpt haar flesje leeg. Een vreemde wereld, waarin ze deze ochtend wakker werd. Maar mama is er en papa snurkt zacht op de achtergrond: het zal dus wel goed zijn.

Dan kraait er een haan. Dochter trekt haar wenkbrauwen op en kijkt bedenkelijk. De haan is even stil en Dochter drinkt door. Maar even later: opnieuw die haan. Ze trekt een pruillip. Voorzichtig drinkt ze door, maar is op haar hoede.

Voor de derde keer kraait de haan en nu wil ze even lekker uithalen. Mama’s troostende armen zijn gelukkig dichtbij en zo wordt een huilbui van angst in de kiem gesmoord. Ik fluister zacht tegen mijn Amsterdamse stadsmeisje: “Geeft niks hoor. Mama snapt de haan ook niet.”

Dochter drinkt verder, terwijl we samen naar het verwarrende ge-kukeleku luisteren. Het zijn van die nachtelijke avonturen die we in Amsterdam niet beleven.

Een overheerlijk ontbijt

Vrijdagmiddag, de telefoon gaat. Mijn Echtgenoot met een boodschap: “Morgenochtend moet je om half negen klaar staan. Kleertjes aan en haren in een strik. We gaan iets leuks doen.”
Nieuwsgierig als ik ben, roep ik gelijk: “wat dan, wat dan?”
“Dat zeg ik niet, dat is een verrassing,” zegt mijn Echtgenoot geheimzinnig en hangt op.

Ik ben DOL op onverwachte uitjes en verrassingen. En dus zat ik ’s nachts op tijd startklaar op de bank. Niet vanwege de zenuwen, maar vanwege de slapeloosheid. Om tien over half acht kruip ik terug in bed en maak mijn Echtgenoot wakker: “Opstaan! Het is tijd voor de leuke dingen!!” Brommend wordt mijn Echtgenoot wakker.

Om half negen ben ik klaar voor de start en Echtgenoot gelukkig ook. We stappen in de auto en rijden weg. Genietend zit ik naast mijn Echtgenoot: “Ik ben DOL op verrassingen!” glunder ik. Hij knikt: “Dat weet ik.” Na een paar minuten, en een gekke route, parkeert hij de auto voor het Fashion Hotel. Het hotel waar hij me ruim twee jaar geleden ten huwelijk vroeg. “Gaan we hier naartoe?” vraag ik verbaasd. Mijn gekke, lieve, dwaze Echtgenoot knikt: “Ja! Hier gaan we ontbijten!”

HOERAAAA!! Blij ben ik. Want naast dat ik heel erg van verrassingen houd, ben ik ook dol op hotelontbijtjes. “Je moet toch genieten van je zwangerschapsverlof,” luidt dan het statement van mijn liefde. En ik knik glunderend. Hij maakt het me wel heel fijn, deze laatste zwangere loodjes.

ontbijt

Zzzlapeloze Zwangere

Als je aan slapeloosheid lijdt, kun je zomaar opeens een superspannend leven hebben. En aangezien ik al maanden niet slaap (lang leve de hormonen), mocht er wel iets spannends gebeuren. En vrijdag-op-zaterdagnacht was het zover.

Terwijl ik al twee uur wakker ben, en opgegeven heb om in slaap te vallen, kijk ik tv in de woonkamer. Ik hoor geluiden op straat, maar dat is niets nieuws. Ook al is het 5 uur in de ochtend.

Tot ik gebonk hoor. Alsof er ergens op geslagen of tegenaan getrapt wordt. Ik hoor het een paar keer aan, maar besluit dan toch een blik uit het raam te werpen. Je weet tenslotte maar nooit.

Terwijl ik vanaf drie hoog de straat in tuur, zie ik drie jongens. Ze lijken gewoon te ouwehoeren, tot ik zie dat ze de deur van een pand proberen in te trappen. Mijn hoofd is, ondanks de twee bijzondere wakkere uren, blijkbaar nog niet helder want ik laat het ze nog twee keer doen. Dan word ik wakker: hé! Dat klopt helemaal niet! (Ik wijt de trage actie aan de ingenomen slaappil…)

Ik bel 112. Terwijl ik met de politie praat, en er inmiddels een wagen onderweg is, zie ik de jongens vluchten. Ze realiseren zich dat ze betrapt zijn. Ik beschrijf de vluchtroute aan de agente en zie dan een politiewagen onze straat inscheuren. Met dezelfde vaart scheurt hij ook weer weg. De instructies over het vluchtende drietal zijn doorgegeven en de achtervolging is ingezet.

Als de politieauto uit mijn gezichtsveld is verdwenen, bedenk ik me dat ik graag meegekeken had, maar dat dit het dan wel was. Niets blijkt minder waar. Om half zes gaat mijn mobiel: de politie. Of er een agent langs mag komen voor een getuigenverklaring. “Eh.. ja, natuurlijk!” In mijn rood-wit gestreepte pyjama waggel ik naar beneden en vertel de agent wat ik heb gezien. Schaamteloos, bedenk ik me later. Wat moet die man wel niet van me denken, in mijn gevangenispyjama met énorme buik?

’s Middags gaat de deurbel. De buurvrouw. Met een prachtig boeket bloemen, om me te bedanken dat ik 112 heb gebeld. Ik ben verbaasd, want voor mij is het normaal gedrag, maar zij vindt het toch speciaal.

En alsof dat nog niet genoeg is, belt de politie me weer. Om een uitgebreide getuigenverklaring op te nemen. En zondags kwamen ze me weer met een bezoekje vereren. Om een handtekening op te halen. Ze gaan grondig te werk. Deze nacht was de politie echt mijn beste vriend. Mijn bestaan als Zzzlapeloze Zwangere werd opeens een heel stuk interessanter.

zzzlapeloze zzzwangere