Tag Archives: grijs worden

Ondertussen bij de Sienot-dames

Terwijl ik nog in de kapperstoel zit, bericht ik mijn moeder al over mijn nieuwe liefde: de vriendelijke kapster die vind dat ik niet grijs ben. Mijn moeder is harteloos en stuurt een bericht terug: “Toch ben je bijna van middelbare leeftijd.”

Ik ben opnieuw volwassen en wijs en laat haar kletsen. Ze is tenslotte al oud, ze weet niet meer beter. En dus stuur ik, met alle vriendelijkheid en wijsheid die ik in mij heb, een smsje terug: “Houd je mond, bejaard monster.”

’s Avonds belt mijn moeder. Ze zegt dat ze morgen moet werken en: “Straks komt het weer zo ver dat jij met je vijftigste mag stoppen.” (*Had ik al eens gezegd dat mijn moeder ALTIJD positief is? Deze opmerking zegt genoeg, denk ik…*). Ik moet lachen: “Ik denk het niet, mam. Dat is namelijk al over vijftien jaar, dat ik vijftig word.”

Ik val stil. En ik herhaal: “Dat is gewoon al over vijftien jaar.” Mijn adem stokt en mijn haar wordt een beetje grijzer. Nog maar vijftien jaar en ik ben gewoon van middelbare leeftijd. Mijn moeder begint te lachen: “Maar je bent nu al bijna van middelbare leeftijd. Dat ben je al als je veertig bent. En trouwens, je hoort nu al niet meer bij de jonkies!”

Ik luister naar haar bijna satanische gelach. Dan begin ik ook te lachen: “Maar jij bent nog ouder. Lekker puh.”

Sienot Girls

Herstelwerkzaamheden

Ik had gister Marlies-dag. Het was nodig om even bij te slapen, m’n lichaam rust te gunnen en gewoon: een dagje helemaal alleen voor mij. En dat werd dus een dag vol broodnodige herstelwerkzaamheden. Zonnebank, wenkbrauwen en kapper. Want m’n lijf kan wel een opknapbeurt gebruiken. Ik ben immers al 35. Het gaat niet meer vanzelf.

Zoals mijn haar. Het is niet meer te herkennen, het zijn niet meer de prachtige manen van weleer. Alle hormonen hebben hun werkje bijzonder goed gedaan en lieten mij achter met een hoofd vol niksigs. Tijd voor een paar blonde plukjes. Ik durf het aan. Ik moet immers wel, met zo’n hoofd vol niksigs?

Met een kop vol folie zit ik misprijzend naar mijn lilluke lokken te kijken. “Ik word grijs, he?” zucht ik tegen de kapster. “Nee hoor, niet echt,” zegt ze, terwijl ze nog eens keurend naar m’n haar kijkt. Mijn hart maakt een sprongetje: “Niet!?”

“Nee,” maakt ze me nog een beetje gelukkiger. “Ik zag een paar in het midden, maar voor de rest niks.” Ik wilde haar aan mijn boezem drukken en de liefde verklaren. Wat heet: ik wilde haar ten huwelijk vragen en zo mijn eigenste ha(a)rem starten.

Ik liet haar maar lekker in de kapsalon, in plaats van haar te ontvoeren. En ik wandelde trots naar buiten: met mijn blonde – dus niét grijs! – lokken.

kop vol folie1eindresultaat1